10 Tips voor je eerste safari in Afrika


Een safari in Afrika, het staat bij veel reizigers op de bucketlist. Op zoek gaan naar leeuwen in het savannegras, giraffes die van de acacia bomen eten of de grote migratie van gnoes met eigen ogen zien, dat ís ook een fantastische ervaring. Maar wat kun je van een safari in Afrika verwachten en waar moet je rekening mee houden als je voor het eerst op safari gaat? We geven je tien safari tips voor je eerste Afrika safari!

leeuw

1. Neem een (goede) camera mee als je op safari in Afrika gaat

Laten we met de meest voor de hand liggende tip beginnen. Wanneer je op safari in Afrika gaat wil je uiteraard graag foto’s maken van de natuur en de dieren. Daar heb je een camera voor nodig. Hoewel je met de camera op je smartphone tegenwoordig mooie foto’s kunt maken, raden we voor een safari in Afrika aan om een ‘echte’ camera mee te nemen. Wat voor soort camera dat ook is, kies in elk geval voor een camera met een goede zoomfunctie. Dit is belangrijk aangezien je dieren in het wild gaat zoeken. Het is geen dierentuin, dus de dieren bevinden zich vaak niet comfortabel meteen langs de weg. Neem bijvoorbeeld een luipaard, die zijn vaak hoog in een boom te vinden. Wil je de familie thuis dus niet een foto van een boom laten zien waar ‘echt een luipaard in zit hoor’ zorg dan voor vertrek voor een goede camera.

camera II op safari

2. Warme kleding is een must op safari in Afrika

Iets wat veel mensen niet bedenken van tevoren, is dat een safari koud kan zijn. Je vertrekt voor een safari naar Afrika dus ‘hoe koud kan het nu zijn?’, hoor ik je denken. Er zijn twee reden voor de kou. De eerste is dat dieren vroeg in de morgen en in de namiddag actief zijn. Overdag is het simpelweg te heet voor de meeste dieren en die verschuilen zich dus. Als je op Afrika safari gaat, vertrek je daarom meestal voor zonsopgang en dan is het nog niet warm. Veel van de safariparken zijn daarnaast weidse vlaktes met veel wind. De vlaktes zorgen er in de avond ook voor dat de temperatuur snel daalt. Een warme trui of vest wil je daarom ingepakt hebben. De tweede reden van de kou is dat sommige parken hoger gelegen zijn. Neem bijvoorbeeld de Ngorogoro krater in Tanzania. De rand van deze krater bevindt zich op 2200 meter hoogte. De safari zelf vindt plaats in de krater, maar alle hotels en campings bevinden zich op de rand. Zonder warme kleding kun je daarom minder genieten van je safari in Afrika.

bavianen

3. Verwacht insecten, overal insecten

Waar dieren zijn, vind je ook insecten. Wanneer je wel eens op een (kinder-)boerderij bent geweest weet je dat er altijd vliegen in de buurt zijn. Stel je nu eens de grote migratie van gnoe en zebra’s voor in de Masai Mara in Kenia. Dit zijn meer dan een miljoen dieren op één plek! Nu is het zeker niet zo dat je tijdens je safari alleen maar vliegen aan het doodslaan of verjagen bent. Bereid je er echter wel op voor dat dit een bijkomstigheid is. Een vervelend insect dat in Oost-Afrika (in het droge seizoen) relatief veel voorkomt is de Tsetse vlieg. Deze vliegen zijn vooral bekend vanwege de gevreesde slaapziekte en ze kunnen hard bijten. Het slaapvirus is zeer zeldzaam, daar hoef je eigenlijk niet bang voor te zijn. Een bus insectenspray tegen de tsetse is echter een aanrader. Reis je met een chauffeur dan zal hij deze spray zeker in de auto hebben. Ook komt de Malariamug natuurlijk voor in veel safariparken. Ga voor vertrek dus naar je regionale GGD voor goed advies over inentingen en het slikken van malariatabletten.

waterbuffel

4. Bereid je voor op hobbelige wegen tijdens je safari

Over het algemeen zijn safariparken groot. Selous Game Reserve in Tanzania bijvoorbeeld is qua oppervlakte bijna een derde groter dan Nederland! Om van plek A naar B te komen, leg je dus flinke afstanden af. Met uitzondering van enkele parken (bijvoorbeeld Kruger National Park in Zuid Afrika) zijn de wegen niet geasfalteerd. Het zijn zand- of gravelwegen met gaten. Je legt dus lange afstanden af over relatief slechte wegen, dat wordt flink hobbelen! Bereid je hier mentaal op voor en neem, als je last van wagenziekte hebt, wagenziektepilletjes mee. Wees gerust: zodra je je eerste wilde leeuw hebt gezien is het de reis helemaal waard geweest.

wegen Kenia

5. Neem een reistas of backpack mee, geen harde koffer

De meeste safarivoertuigen hebben niet al te veel bagageruimte. Een standaard safarivoertuig bestaat uit een omgebouwde Toyota Landcruiser waar achterin circa zeven personen kunnen zitten. Met de plek naast de chauffeur erbij kun je dus met maximaal acht personen in een auto. Er is een speciaal hefdak gemaakt die open gaat zodra je een park inrijdt. Zo kun je gaan staan en zijn de dieren beter te zien en te fotograferen. Het dak zelf biedt meteen bescherming tegen de felle zon. Acht personen in de auto (eigenlijk negen met de chauffeur) moeten allemaal de bagage ergens kwijt. Hier is ruimte voor achterin. Als iedereen harde koffers meeneemt, gaat dit dus nooit passen. Met tassen is er flexibiliteit en kan er wat ‘gepropt’ worden. Je maakt het jezelf (en de chauffeur) dus een stuk makkelijker als je een reistas of backpack meeneemt in plaats van een koffer op je safari vakantie!

safari auto

Checklist voor je Afrika safari

Niks vergeten? Vind al je reisbenodigdheden in onze travelshop
Plan meteen je reis: Vergelijk de beste deals voor vliegtickets
Ga je roadtrippen? Vergelijk alvast de prijs van je huurauto
Begin gelijk met je reisvoorbereiding: Haal een reisgids in huis
Better safe than sorry, zorg voor een goede reisverzekering

6. Sluit je kamer/tent goed af

Apen in je kamer lijkt een grappige ervaring. Het gaat hier echter niet om de kleine schattige doodshoofdaapjes uit de Apenheul. Bavianen zijn een stuk minder vriendelijk en schattig. Ze gaan in je kamer op zoek naar eten en ruimen na het zoeken niet even netjes je kamer op.

tented camp

In veel safariparken in Afrika heb je een keuze om tijdens je safari te verblijven in een zogenaamd ‘tented camp’. Dit zijn luxe tenten waar je volledig rechtop in kunt staan en zijn van alle gemakken voorzien inclusief badkamer met douche en toilet. Verblijf in een dergelijk camp zorgt voor een geweldig authentieke ervaring. De ‘deur’ is echter een rits. Vergeet niet deze goed dicht te doen zowel overdag als ’s nachts. Er is een bekende scene uit Jurassic Park waarbij de T-Rex zijn hoofd in een tent steekt. Iets vergelijkbaars met een olifantenslurf is vrienden van mij overkomen. Dit is toch vreemd wakker worden midden in de nacht. Zo’n ervaring mag dan zeldzaam zijn, aangezien al deze accommodaties dag en nacht bewaakt worden, het kán dus wel. De bewaking kan niet overal tegelijk zijn dus sluit de boel goed af, inclusief de ramen.

uitzicht

7. ‘Let there be light’

Het merendeel van de wildparken in Afrika liggen ver van de bewoonde wereld af. Dit houdt dus in dat er totaal geen lichtvervuiling is. Nergens zie je kunstmatig licht behalve het licht dat gegenereerd wordt bij je safari lodge. En zelfs dat licht gaat vaak op een bepaalde tijd uit om brandstof voor de generatoren te besparen. Zodra het licht uit is weet je pas wat echt donker is. Tegelijkertijd weet je dan ook opeens hoe een sterrennacht er uit hoort te zien, wauw! Om bij je kamer te komen of om voor zonsopgang je safarivoertuig te kunnen vinden is een zaklantaarn of hoofdlamp geen overbodige luxe. In enkele parken, bijvoorbeeld South Luangwa National Park in Zambia, kun je ook nachtsafari’s doen. Een geheel nieuwe ervaring, een hoofdlamp is dan onmisbaar.

lodge bij Kilimanjaro in Kenia

8. Bepaal van tevoren of je zelf wilt rijden of op pad gaat met een chauffeur

De keuze om zelf te rijden of met een chauffeur op pad te gaan wordt in sommige gevallen voor je gemaakt. Als toerist mag je namelijk in sommige landen simpelweg niet zelf rijden. In Namibië en Zuid-Afrika mag je in een aantal parken (zoals bijvoorbeeld Pilanesberg National Park) zelf rijden met een huurauto. In landen als Botswana, Zimbabwe en Mozambique mag je zelf wel rijden, maar dit wordt afgeraden wanneer je weinig tot geen 4×4 ervaring hebt. In Zambia en de Oost-Afrikaanse landen zoals Kenia, Tanzania en Oeganda ga je eigenlijk altijd op safari met een chauffeur. Zowel zelf rijden als met een chauffeur heeft voor- en nadelen.

samburu NP

Persoonlijk vind ik het grote voordeel van een safari met chauffeur dat hij (bijna altijd mannen) de parken kent. Hij weet precies wat de goede plekken zijn om hyena’s te zien of waar de nijlpaarden zitten. Hij weet ook dat enkele dagen geleden een luipaard een prooi in een boom heeft gesleept en waar dit is. De kans dat je bepaalde dieren ziet wordt hierdoor vele malen groter met een chauffeur. Daar komt bij dat chauffeurs onderling contact hebben. Wanneer er één een groep leeuwen heeft gevonden, wordt dit doorgegeven. Verschillende auto’s komen dan kijken. Zo ontstaan de bekende foto’s met 5 auto’s om één groep leeuwen heen. Je komt echter wel thuis met wilde verhalen dat je leeuwen hebt gezien. Een chauffeur is verder een lopende wildlife encyclopedie. Je kunt je reisgids wel thuis laten, want je chauffeur leert je alles tijdens je safari in Afrika! Een self-drive is natuurlijk wel avontuurlijk. Je spot dan misschien wel minder beesten, maar je hebt wel het gevoel dat je ze zelf ontdekt hebt en dat is ook bijzonder!

luipaard

9. Bedenk welke dieren je wilt zien

Bedenk van tevoren welke dieren je graag wilt zien. Op je eerste safari in Afrika wil je de bekende Big Five natuurlijk zien (Olifant, Leeuw, Luipaard, Neushoorn, Buffel), maar misschien wil je ook andere dieren graag zien, zoals een Wilde Hond. De reden dat je van tevoren dit moet bedenken is dat niet ieder dier in ieder park en/of land voorkomt. Zo komen gemsbokken bijvoorbeeld alleen voor in zuidelijk Afrika niet in het oosten. Een Generuk (op de foto hieronder) komt alleen voor in Noord-Kenia. Een goede reisorganisatie moet je hierin kunnen adviseren. Maak niet de klassieke fout om te vragen om tijgers. Deze komen niet voor in Afrika. Daarvoor zal je op safari moeten gaan in India of Nepal.

generuk

10. Wissel je Afrika safari af met een cultureel uitstapje

Een safari in Afrika is voor veel mensen een reis die ze eens in hun leven maken, waardoor je misschien geneigd bent om tot wel twee weken achter elkaar safari’s te plannen. Maar, hoe vreemd het misschien ook klinkt, na het zien van je 15e zebra of 40e antilope stop je echt niet meer om te kijken of een foto te maken. Een mens raakt blijkbaar relatief snel verwend. Een tip is daarom om je reis iets af te wisselen. Probeer tijdens de safari een manier te vinden om een cultureel uitstapje te doen. Reis je met een chauffeur vraag dan om onderweg ergens te stoppen, bijvoorbeeld bij een Massai Boma (dorp). Na je stop worden de dieren ineens weer interessanter.

nijlpaarden

Meer Afrika tips?

Ben je op zoek naar meer reisinspiratie en tips voor je Afrika vakantie? Lees al onze artikel over reizen naar Afrika hier >>

1 comment

Add yours

+ Leave a Comment